Deze site gebruikt cookies. Deze gebruiken we voor bezoekersgedrag (Google Analytics) en voor sociale media. Deze cookies bevatten uitsluitend anonieme informatie. Accepteer je deze cookies?

Niet akkoord
Debat toekomst landbouw in Brabant
Terug

Debat toekomst landbouw in Brabant

foto v.l.n.r.: directeur Nol Verdaasdonk (Brabantse Milieufederatie), gedeputeerde Yves de Boer (provincie Noord-Brabant) en voorzitter Herman van Ham (ZLTO regio Midden).

In het Noordbrabants Natuurmuseum in Tilburg gaf GroenLinks-voorzitter Karin van den Berg de aftrap: “Het is onze taak als GroenLinks om stem te geven aan de flora en fauna.”

Platteland versus stad
Daar was de eerste spreker, VVD-gedeputeerde Yves de Boer, het ten dele mee eens. Hij ziet natuur, gezondheid, dierenwelzijn en duurzaamheid als één van de drie pijlers onder de nieuwe landbouw. De andere twee pijlers zijn participatie/maatschappelijke legitimatie en natuurlijk waardetoevoeging (opbrengst/geld). De drie pijlers zijn vergelijkbaar met de bekende Triple-P: People, Planet, Profit. Yves de Boer: “Het koersdocument Stad en Platteland rust op deze drie pijlers. Samen met het rapport van de Commissie Van Doorn zijn dat misschien wel de belangrijkste documenten van de huidige Brabantse regeerperiode. We realiseren ons allemaal dat de tegendruk van het platteland nodig is voor de stad. En dat de landbouw toe is aan transitie.”



Evenwicht zoeken

De Boer schetst het kader waarbinnen de transitie nu plaatsvindt. Er is steeds minder geld beschikbaar voor het onderhouden van het landelijk gebied. De provincie is op zoek naar nieuwe verdienmodellen, die publiek en privaat geld combineren. “We willen naar ‘meespraak’ in plaats van inspraak. We willen ruimte geven voor lokale oplossingen die maatschappelijke meerwaarde opleveren.” De Gedeputeerde gaf daarbij wel aan dat de speelruimte binnen de Ecologische Hoofdstructuur, immers Europees beschermde natuur, kleiner is dan bij ‘gewone’ grond in het landelijk gebied. Yves de Boer erkent de grote verschillen in visie die er zijn tussen veel agrarisch ondernemers en natuurbeschermers. Maar hij wil juist met elkaar op zoek gaan naar de beste manier om de ontwikkelruimte in het buitengebied te verdelen, die leidt tot een goed evenwicht tussen wonen, werken en recreëren. “Als je elkaar geen ruimte gunt, komt er van Brabant niets terecht”. Regels moeten volgen, niet leiden. De provincie blijft daarbij regisseur, want die heeft immers de ‘license to fill’.

Afbraak biodiversiteit stoppen
Nol Verdaasdonk is de tweede spreker. Ook hij is voorstander van samenwerking. “De toekomst is ongewis, maar maken we wel met elkaar. Ook al zijn we het vaak hardgrondig oneens, we zullen het samen moeten doen.” Hij schetst de problemen die Brabant heeft met de intensieve veehouderij. Als je zoveel beesten op een hoop zet, dan is er een enorme infectiedruk. Ook kiezen de ondernemers voor dieren met een ‘maximale voedingsconversie’ en dat zijn meestal niet de sterkste beesten. Daarmee wordt het toedienen van preventieve antibiotica bijna noodzaak. Vanuit dierenwelzijn en volksgezondheid is dit onwenselijk. “Toch is het onmogelijk om van de veeteelt te eisen dat er geen enkel risico is voor de volksgezondheid. Er zitten grenzen aan wat mogelijk is voor een boer; hij moet wel eerlijk zijn boterham kunnen verdienen.”



Verdaasdonk wil vooral doelmatig aan de slag met de transitie van de landbouw. Daarbij citeert hij Deng Xiaoping: “Het maakt niet uit of een kat wit of zwart is. Als hij maar muizen vangt.” Hij pleit er wel voor om de angst voor het economische model los te laten. Er moet immers altijd economische groei zijn los te laten, omdat je anders vooruitgang tegenhoudt. Wat de BMF betreft, krijgt de afbraak van de biodiversiteit in het landelijk gebied hoge prioriteit. Boeren kunnen veel doen om de biodiversiteit te ondersteunen. Bijvoorbeeld graan of maïs laten staan als voedsel voor de dieren in de winter en het vroege voorjaar. Ook het waterpeil kan in de winter veel hoger; dat draagt bij aan terugdringen van de verdroging en aan voorraadvorming voor droge tijden. Het is vaak een kwestie van kleine dingen, plus de wil om het te doen. Brabant heeft daarin een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Van zekerheid naar kwaliteit
ZLTO-vertegenwoordiger en melkveehouder Herman van Ham houdt de derde presentatie. “Boeren dragen de groene ruimte een warm hart toe. Ook bij ons dringt het besef steeds meer door dat we als samenleving met elkaar de toekomst van het buitengebied vormgeven. We moeten de belangen van de markt én de maatschappij in het oog houden.” Niet voor niets draagt zijn presentatie als titel ‘Ondernemen met buren’. Hij schetst de uitgangspunten van het nieuwe ZLTO-beleid:

  • We gaan 2x meer produceren met 2x minder middelen > een enorme uitdaging
  • Kleinschalige productie is niet realistisch
  • Intensief veehouden is duurzaam produceren; de intensieve veehouders lossen de problemen op
  • Het aantal dieren in Brabant is genoeg



Van Ham ziet dat de aandacht verschuift van voedselzekerheid naar voedselkwaliteit. Toch blijft de boer onderdeel van het economische systeem. Dat is ook nodig om kapitaal te kunnen verwerven en de productie op peil te houden.

Laatst was hij in China: “Daar zie je dat ze tienduizenden dieren houden op een energieneutraal en klimaatneutraal bedrijf. Grootschalig en duurzaam is dus mogelijk. Al zal het systeem op de Brabantse situatie moeten worden toegesneden.” Ook bij grootschaligheid blijft een boer verantwoordelijk voor het welzijn van al zijn dieren. “En dat moet ook. Als ik ’s avonds laat thuiskom van een vergadering, dan ga ik altijd nog even naar de stal. Hoe gaat het met de beesten? Ik krijg buikpijn van het idee dat een pasgeboren kalf overlijdt in de nacht omdat ik niet voldoende zorg heb gegeven.”

De toekomst van de Brabantse landbouw ziet de ZLTO in lijn met de Commissie Van Doorn:

  • Naar een integraal (keten)kwaliteitssysteem
  • Antibioticagebruik alleen verantwoord en transparant (forse reductie is nu al een feit)
  • Gesloten kringlopen en het ‘verwaarden’ van mineralen uit mest (met name fosfor)
  • Dierenwelzijn op orde
  • Gezondheid van mens en dier staat voorop
  • Uitbreiden alleen op plekken waar dat kan en met draagvlak van de buren
  • Zo duurzaam mogelijk ondernemen, met zo weinig mogelijk overlast en vervuiling

De landbouw van 2020 bestaat volgens ZLTO uit een gecombineerd bedrijfs- en verdienmodel: voedsel, water, gezondheid, energie, recreatie, biodiversiteit en water. Een voorbeeld op het gebied van biodiversiteit: gewassen telen die en goede habitat vormen voor bijen in het voorjaar en die je in het najaar kunt bijstoken bij de mestvergistingcentrale. Het probleem van de massale soja-import uit Latijns-Amerika voor veevoer kun je oplossen door het telen van eiwitrijke gewassen op eigen grond. “Denk aan luzerneteelt in waterrijke grond. Dat slaat fosfaten op en is een structuurhoudend eiwitgewas.”

Biologisch?
De discussie komt op gang. Waarom kan Brabant niet overschakelen op biologische landbouw? Herman van Ham: “De vraag naar biologische producten is nog geen 5%. Dat zouden we naar 7% kunnen halen, maar dan nog blijft een deel van de totale voedselvraag ongedekt.” Daarbij geeft Van Ham wel aan dat de reguliere landbouw veel leert van de biologische teelt. Zo is er steeds meer oog voor de mogelijkheden om tot biodiversiteit te komen op het land. Dit geeft extra aandacht, omdat het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) elke grondgebonden ondernemer gebiedt na te denken over vergroening van zijn bedrijfsvoering, wil hij of zij in aanmerking komen voor steun.”

Toezeggingen en voorbeelden
Uit de zaal komen kritische vragen over de toegezegde maatschappelijke dialoog. In De Peel zijn bewoners nog steeds ongerust over de ontwikkelingen rond de intensieve veehouderij. Yves de Boer zegt toe in gesprek te willen gaan met Stichting Mens, Dier en Peel.

In Prinsenbeek wil de provincie een solitair terrein bij een kwetsbaar natuurgebied (natte natuurparel) aanmerken als tuinbouwgebied, tegen de expliciete wil van bewoners én de gemeente Breda. Yves de Boer geeft aan dat dit dossier een lange historie heeft en wil ook hier een aparte afspraak over maken.

De ZLTO en Yves de Boer geven voorbeelden van projecten waarbij boeren en burgers samen de problemen in het buitengebied het hoofd bieden: Huijgevoort bij Oirschot en het varkenspension in Erp van Marijke Nooijen.

Weidevogels en wandelingen
Over weidevogels komt een vraag: hoe wil de provincie zorg dagen voor de slinkende weidevogelpopulatie? Hierin neemt de BMF het voortouw. Nol Verdaasdonk: “We werken eraan. In Brabant proberen we op een aantal plaatsen de weidevogelstand terug te brengen.”

De toegankelijkheid van de natuur is ook een punt van zorg. Een aanwezige stelt: “In Nederland is 10% van de natuur van de overheid. In Turkije, waar ik vandaan kom, is dat 70%. Je kunt hier niet eens langs een riviertje lopen, omdat overal hekken staan.” De BMF erkent dat het openstellen van landelijk gebied vanzelfsprekend zou moeten zijn. De provincie is met de BMF en de landeigenaren bezig om de kleine wandelpaadjes (“kerkepaadjes”, aldus Yves de Boer) weer terug te krijgen in Brabant. Ook daarbij is weer het devies: dat gaat alleen met gezamenlijke wil, visie en inspanning.

Lid worden van de werkgroep Natuur, Ruimte en Landbouw van GroenLinks Brabant? Stuur een mail naar groenlinks@brabant.nl.

Foto homepagina: Stephen & Claire Farnsworth