Deze site gebruikt cookies. Deze gebruiken we voor bezoekersgedrag (Google Analytics) en voor sociale media. Deze cookies bevatten uitsluitend anonieme informatie. Accepteer je deze cookies?

Niet akkoord
Europa subsidieert intensieve landbouw
Terug

Europa subsidieert intensieve landbouw

Ons regionale bestuur (‘de provincie’) mag dan gaan over ruimte en natuur in Brabant. Maar het Europese landbouwbeleid, onlangs weer voor járen vastgelegd, bepaalt mede het gedrag van onze boeren. En guess what: die blijken opnieuw te profiteren van opschaling.

Waar Provinciale Staten in ’s-Hertogenbosch op 22 maart 2013 debatteerden over de toekomst van de Brabantse landbouw, stemde het Europese Parlement in Brussel kort daarvoor, op 13 maart, over de toekomst van het landbouwbeleid.

Het Europese landbouwbeleid is van groot belang voor milieu, biodiversiteit en natuur in Brabant. Jammer genoeg overheerst ook in Europa de boerenlobby, voor wie het behoud van subsidies voorop staat. Hun doel: het uitkleden van maatregelen voor verduurzaming of vergroening. Met succes. De stemming is zowel in Den Bosch als in Brussel in het voordeel van de boeren.

Slappe knieën
Wat betreft Europa: Europese agrariërs blijven jaarlijks ruim vijftig miljard euro ontvangen, bijna veertig procent van de totale Europese begroting. De ambitie om dat geld aan strenge natuur- en milieuvoorwaarden te binden, is dan sterk afgezwakt. GroenLinks-Europarlementariër Bas Eickhout (foto) zit in de Europese Landbouwcommissie, bijna als enige Nederlander. Hij constateert: “Het Europese Parlement is stemvee voor de landbouwlobby. Megastallen en intensieve akkerbouw blijven lucratiever dan koeien die vrij in de wei lopen of de duurzame teelt van gewassen.”

Belangenverstrengeling is aan de orde van de dag in Europa. Oud-landbouwministers en bestuurders van boerenorganisaties zitten op sleutelposities in de landbouwcommissie van het Europese parlement. Europarlementariërs die zelf boerenbedrijven drijven met Europees geld, beslissen mee over de toekomst van de subsidies. Zelfs partijen die een tijd terug vurig pleitten voor het einde van de landbouwsteun, tonen nu slappe knieën en stemmen voor het behoud van de subsidies.

Wrang
Voor de natuur is de Europese opstelling extra wrang. De meeste Europese landbouwsubsidie in Nederland komt terecht nabij Natura 2000-gebieden, zoals de Peel. Daarmee gaat het geld vooral naar terreinen die extra gevoelig zijn voor mest en verdroging. Deze gebieden zijn na 1950 ontwikkeld met Europese geld. Kleine agrarische bedrijven op arme grond maakten plaats voor moderne landbouwbedrijven die grootschalig produceren. Nog altijd wordt Europees geld uitgekeerd op basis van historische productiewaarden. Dit betekent dat een boer die ooit een bepaalde hoeveelheid maïs produceerde, nog steeds geld kan krijgen voor die historisch vastgestelde maïsproductie. Zelfs als hij tegenwoordig iets heel anders doet op zijn land.

Europese landbouwsubsidies zouden zoveel beter kunnen worden ingezet. Bijvoorbeeld voor kleinschalige duurzame landbouw in of grenzend aan waardevolle natuurgebieden. Boeren die subsidie willen, moeten dan de biodiversiteit stimuleren en zorgen dragen voor een aantrekkelijk landschap. Het hernieuwde Landbouwbeleid geeft vrijblijvende mogelijkheden om met subsidie goede dingen te doen voor natuur, oppervlaktewater en dierenwelzijn. Maar EU-landen kunnen ook de productie blijven ondersteunen. Dat doet Nederland volop, juist in gebieden met de grootste milieubezwaren (zoals Oost-Brabant). Gemiste kans. De marktdruk en het overheidsbeleid van de provincie én de EU zorgt ervoor dat veel boeren het maatschappelijke geld inzetten voor hun eigen bedrijfsbelang. En niet het belang van hun omgeving.