Deze site gebruikt cookies. Deze gebruiken we voor bezoekersgedrag (Google Analytics) en voor sociale media. Deze cookies bevatten uitsluitend anonieme informatie. Accepteer je deze cookies?

Niet akkoord
Feiten en cijfers intensieve veehouderij
Terug

Feiten en cijfers intensieve veehouderij

Gortdroog, maar veelzeggend. We zetten de feiten over de intensieve veehouderij in Brabant even voor u op een rij.

Met dank aan de provincie Noord-Brabant, Werkgroep Behoud de Peel, Milieudefensie, Compendium voor de Leefomgeving, Planbureau voor de Leefomgeving, Brabants Dagblad, NRC Handelsblad en Knak de Worst.


Inhoud


Mens, dier en bedrijf

  • Brabanders: 2.440.000 (2,4 miljoen)
  • Kippen: 26.000.000 (26 miljoen)
  • Varkens: 5.500.000 (5,5 miljoen)
  • Koeien: 660.000 (0,7 miljoen)
  • Veehouderijen: > 11.000
  • Intensieve veehouderijen: 1.100
  • Megastallen: 174

terug naar inhoud


Wat is een megastal?
Je spreekt van een megastal bij de volgende aantallen dieren (bron: Alterra):

  • 7.500 vleesvarkens,
  • 1.200 fokvarkens,
  • 120.000 leghennen,
  • 220.000 vleeskuikens,
  • 250 melkkoeien, of
  • 2.500 vleeskalveren.
  • Megabedrijven met intensieve veehouderij liggen vooral in oostelijk Noord-Brabant, Noord-Limburg en de Gelderse vallei. Het aantal neemt snel toe. De meeste gemeenten met een toename liggen in Noord-Brabant.
  • Gemengde megabedrijven bestaan uit een combinatie van twee of meer agrarische bedrijfstakken; het kan daarbij gaan om gewascombinaties, veeteeltcombinaties of veeteelt-gewas combinaties (de grootste groep). Ze komen vooral voor in Oost-Brabant en Noord-Limburg.

terug naar inhoud


Q-koorts

  • 13 doden in Brabant (25 in Nederland) door Q-koorts sinds 2007. Het RIVM schat dat 50.000 Nederlanders besmet zijn geraakt. Honderden patiënten hebben blijvende klachten (chronische Q-koorts). Tienduizenden geiten zijn gedood om de uitbraken in te dammen.
  • Q-koortsbesmettingen hangen samen met de intensieve geitenhouderij. Desondanks is er een explosieve groei van geitenstallen.

terug naar inhoud


Antibiotica
Het gebruik in de veehouderij staat in schril contrast met de terughoudendheid waarmee antibiotica worden toegepast in de humane gezondheidszorg. Nederland kent met 11 standaarddoseringen per 1000 inwoners per dag het laagste gebruik binnen Europa bij mensen. Ter vergelijking: het aantal standaarddoseringen per 1000 dieren in de intensieve veehouderij in 2011 is 20-70 per dag.

Antibioticaresistentie is het hoogst bij dieren die voor de vleesproductie worden gehouden. Een van de bacteriën die deze resistentie hebben ontwikkeld, is de algemene darmbacterie E. coli. De MRSA-bacterie (ziekenhuisbacterie) veroorzaakt infecties die moeilijk te behandelen zijn. Ongeveer 10-15% van het aantal humane MRSA-infecties betreft de veegerelateerde variant van MRSA. Dit is duidelijk hoger dan in andere Europese landen. De besmetting komt vooral voor bij personen die direct contact hebben met besmet vee. Buiten deze groep komt de veegerelateerde MRSA zelden voor. Antibioticaresistentie verspreidt zich in het milieu. In oppervlaktewater rondom veehouderijen zijn hoge percentages resistente bacteriën aangetroffen.

terug naar inhoud


Mest en mineralen
Grote regionale verschillen zijn er in de productie van dierlijke mest en de mineralen stikstof en fosfaat. De productie is het grootst in gebieden met veel intensieve veehouderij, zoals Oost-Brabant.

Aanwijzingen zijn er dat in gebieden met intensieve veehouderijen zowel de totale hoeveelheid bodemorganismen, als de soortenrijkdom is verminderd. Als gevolg hiervan is in deze gebieden tevens de natuurlijke bodemvruchtbaarheid tot 50% afgenomen.

terug naar inhoud


Biodiversiteit en waterleven
Wereldwijd zien we nog maar 70% van de oorspronkelijke biodiversiteit over. In Europa is dit percentage 50% en in Nederland 15%. Onderzoek van prof.dr. Martin Wassen (Universiteit Utrecht) en dr. Harry Olde Venterink (Hochschule Zürich) toont de grote invloed van stikstof aan op de soortenrijkdom van ecosystemen op het land. De onderzoekers bekeken de rijkdom aan planten die in Nederland en België op de lijst van bedreigde soorten staan. Een laag fosfaatgehalte blijkt het belangrijkst voor de soortenrijkdom. De beschermende maatregelen vanuit de EU helpen te weinig.

Voor de totale fosfaatbelasting moet je ook kijken naar het oppervlaktewater en vooral de loop van het grondwater. Veel fosfaat in grondwater is tientallen jaren onderweg naar natuurgebieden. Verhoogde fosfaatconcentraties zorgen ook voor tot algen- en kroosbloei in het water. Hierdoor worden de waterplanten en –dieren verdrongen. Bloei van blauwalgen leidt tot gezondheidsklachten.

Verhoogde stikstofconcentraties leiden in het zoete oppervlaktewater tot verruiging van oevers, wat blijkt uit het massaal voorkomen van brandnetel en braam. Verhoogde stikstofafvoer naar de Noordzee veroorzaakt bloei van plaagalgen en zuurstofloosheid.

terug naar inhoud


Luchtkwaliteit
Het ministerie van Infrastructuur en Milieu publiceerde eind 2012 een lijst van veehouderijen die niet voldoen aan de normen voor de uitstoot van fijnstof (PM10). De metingen zijn uitgevoerd in het kader van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).

Op de lijst staan in 99 veehouderijen, waarvan 70 in Brabant en Noord-Limburg. De situatie is het slechts in de gemeenten Someren en Nederweert. In Someren zitten 9 en in Asten 6 veehouderijen boven de aanvaardbare grens; in Nederweert zelfs 14 bedrijven. Het gaat daarbij voornamelijk om pluimveehouderijen.

Uitstoot van fijnstof door de intensieve veehouderij is een serieus probleem, omdat zich aan deze stofdeeltjes allerlei (besmettelijke) organismen kunnen binden die via de uitgeblazen stallucht kunnen verspreiden in de directe omgeving. Dit kan ook leiden tot besmetting van nabij gelegen veehouderijen met dezelfde diersoort, maar ook tot besmetting van andere diersoorten. Ook besmetting van de mens (zogeheten zoönosen) kan niet worden uitgesloten.

terug naar inhoud


Luchtwassers: overtredingen zijn de norm
In Brabant zijn 1100 intensieve veehouderijen verplicht om luchtwassers te gebruiken, om de uitstoot van milieuvervuilende stoffen te beperken. Bij controles in 2011 en 2012 door gemeentes van 61% van de bedrijven, was bij één op de zes veehouderijen (16%) sprake van ernstige overtredingen. Luchtwassers waren niet geplaatst, niet in werking of ze haalden ze veel te weinig schadelijke stoffen uit de lucht. Als ook minder ernstige overtredingen worden meegerekend, heeft 58% van de bedrijven de zaken niet op orde.

terug naar inhoud