Deze site gebruikt cookies. Deze gebruiken we voor bezoekersgedrag (Google Analytics) en voor sociale media. Deze cookies bevatten uitsluitend anonieme informatie. Accepteer je deze cookies?

Niet akkoord
Terug

"Gezondheid!" - over stallen en omgeving

Met elkaar, niet tegenover elkaar. Als je de Provinciale Raad Gezondheid en de ZLTO spreekt, dan willen ze hetzelfde: gezonde stallen in een gezonde omgeving. Is de intensieve veehouderij houdbaar in Brabant? “Het draait om vertrouwen in elkaar.”

Ze komen elkaar vaak tegen aan de overlegtafel: Marlie van Santvoort, beleidsadviseur gezondheid bij de Provinciale Raad Gezondheid en Toon van Hoof, melkveehouder en woordvoerder namens de ZLTO. Beiden zoeken ze in hun werk naar oplossingen voor de problemen in de intensieve veehouderij. Dierziekten bijvoorbeeld. “De vraag is niet óf er nog een epidemie uitbreekt, maar wanneer”, zegt Marlie. Ook Toon maakt zich geen illusies: “Daar waar dieren en mensen dicht op elkaar leven, breken ziektes uit. Dit geldt ook voor de griep, en kijk naar de recente uitbraak van mazelen.” De ZLTO-voorman spreekt liever over het beheersbaar houden van de risico’s. “Vergelijk het met het verkeer. Autorijden kan gevaarlijk zijn. Als samenleving moeten we risico’s accepteren en vervolgens gaan voor de maximaal mogelijke veiligheid.” Marlie vult aan dat we als individu kunnen kiezen om auto te rijden, maar dat burgers niet vrijwillig kiezen om in de buurt van een veehouderij te wonen. Toon gaat daar weer tegen in: “In  de meeste gevallen is het toch echt zo dat mensen zelf kiezen om in het buitengebied gaan te wonen, in de wetenschap dat in de nabijheid veehouderij is.”

Bij twijfel niet uitbreiden?
De Provinciale Raad benadrukt vaak het voorzorgsprincipe in het geval van uitbreiding van een veehouderij. Marlie: “Het voorzorgsbeginsel legitimeert handelen van de overheid om bepaalde, mogelijk schadelijke, activiteiten voor de gezondheid vroegtijdig te reguleren. Ook als men niet meteen onomstotelijk bewijs op tafel kan leggen. Bij twijfel, niet doen.” Toon: “Deze discussie voeren we al langer met elkaar. Wij vinden als ZLTO dat het bewijs op tafel ligt dat de Brabantse veehouderij veilig is voor de gezondheid. Het RIVM stelt dat geitenbedrijven, mits de dieren gevaccineerd zijn, weer veilig zijn voor de omgeving. Twee jaar geleden al stelde het IRAS-rapport vast dat de gezondheid van bewoners in het Brabantse buitengebied niet slechter is dan elders. Ook de veehouders zelf, dag in en dag uit in de stallen, worden –- volgens artsen die ik spreek - niet vaker ziek dan anderen. Maar emoties kun je bijna niet wegpoetsen. Daarom willen we als veehouderij in dialoog blijven met de omgeving.”

Wat is jouw mening over het voorzorgbeginsel? Reageer!


Misverstanden
Emoties zijn niet het terrein van burgers alleen, zo blijkt uit de woorden van Toon. “Veehouders voelen zich vaak vogelvrij verklaard. Er zijn veel misverstanden over onze sector. Zo zouden we schade vanuit dierziektes afwentelen op de samenleving. Maar wij investeren juist heel veel geld in de aanpak van diergezondheid en in kennisontwikkeling. We hebben ook fondsen van tientallen miljoenen euro’s, mocht een ziekte uitbreken. Overheid en bedrijfsleven dragen samen de verantwoordelijkheid.” Aan de orde komen de MRSA-bacterie, stikstof en de relatie tussen fijnstof en luchtweginfecties. “Bij serieuze vraagstukken kom je verder als je naast elkaar staat, in plaats van tegenover elkaar.”

Samen oplossingen zoeken
Terug naar de Provinciale Raad Gezondheid. In april schreef directeur Mariet Paes een vlammend opiniestuk over de geitenstal in Landerd. Ze vond dat de boer en de overheid geen rekening hielden met de impact van deze stal op de volksgezondheid en met de gevoelens van de Q-koortspatiënten. Marlie: “Minister Schultz deed uiteindelijk uitspraak over de vergunning voor die stal. Daarbij heeft ze duidelijk niet gekeken naar de onrust in de omgeving. En dat is nu precies wat er wel moet gebeuren: de dialoog aangaan tussen burgers, boeren en de overheid.” Daar vindt ze de ZLTO aan haar zijde. Toon: “Wij stimuleren de dialoog. Veel boeren stellen hun onderneming open voor bezoekers. We hebben zelfs speciale zichtstallen. Als ik groepen rondleid op mijn bedrijf, dan gaan ze altijd enthousiast weg. Met zo’n bezoek neem je onbekendheid en onwetendheid weg.” Toon noemt voorbeelden waarin burgers en boeren samen oplossingen zoeken voor knelpunten. “Een silo achter de stal plaatsen, voor een rustiger zicht. Andere aanvoerroutes, of de lichten anders afstellen. Het draait om vertrouwen in elkaar.”

Meer bewustzijn
De omgevingsdialoog is binnenkort verplicht met de komst van de Brabantse Zorgvuldigheidsscore Veehouderij. Marlie. “In de omgevingsdialoog wordt gekeken naar de impact van stallen op het hele gebied. Nog meer ziekte-uitbraken zonder omgevingsdialoog gaan burgers niet trekken. Het vertrouwen moet hersteld worden. Maar we begrijpen het ook als boeren zich met de rug tegen de muur gezet voelen. Het draait om vertrouwen geven en vertrouwen krijgen. We zijn blij met de bewustwording bij alle partijen. Landelijk en regionaal werken dierenartsen en humane artsen nu structureel samen, de gemeenten en provincie en ook de ZLTO nemen serieuze stappen. Alle betrokkenen zijn ervan doordrongen dat we, om de gezondheid te borgen, moeten samenwerken om de sector te behouden: ambtenaren en boeren, boeren en burgers, natuurorganisaties en artsen, overheden en belangenorganisaties.”

Bedrijfsgezondheid
Stalmanagement, dat is iets waar de Provinciale Raad toekomst in ziet. De veehouder maakt naast diergezondheidsplannen ook hygiëneplannen en volgt een opleiding voor de gezondheid van dieren. In de bedrijfsvoering besteedt de boer structureel aandacht aan klimaat-, water- en voerkwaliteit. Marlie: “Een stal is een levend systeem. Toch gaan de gesprekken vooral over wat eruit gaat (denk aan mest, ammoniakuitstoot en spoelwater) en niet over wat erin gaat. Dat is onlogisch.” Toon weerspreekt het: “Hier zijn boeren al jaren mee bezig. We werken met bedrijfsgezondheidsplannen, waarbij we samen met veeartsen werken aan de preventie van dierziekten. We willen zowel onze hardware als onze software op orde hebben. Dus onze gebouwen, installaties en inrichting. Maar ook onze mensen, dieren en hoe we werken. Daarbij laten we ons begeleiden door deskundige adviseurs.”

Transitietempo
Gaat we de beoogde transitie snel meemaken? Marlie: “Een systeem dat in 100 jaar is opgebouwd, kun je niet in 5 jaar helemaal veranderen. Daar ben ik realistisch over. Wij zijn heel kritisch op de gezondheidsaspecten. Maar beter dat boeren het van ons horen, dan dat de bevolking zich tegen hen keert.” Toon: “Gezonde producten en een gezonde omgeving zijn in ieders belang. Over de feiten en regels die daarbij horen, verschillen we soms van mening.  Maar daarover gaan we graag het gesprek aan.”

Het zal de komende jaren niet saai worden aan die overlegtafel.