Deze site gebruikt cookies. Deze gebruiken we voor bezoekersgedrag (Google Analytics) en voor sociale media. Deze cookies bevatten uitsluitend anonieme informatie. Accepteer je deze cookies?

Niet akkoord
Leren van het burgerinitiatief Megastallen-Néé
Terug

Leren van het burgerinitiatief Megastallen-Néé

Vier jaar na het succesvolle burgerinitiatief Megastallen-Néé lijkt er nog weinig veranderd in Brabant. De provincie legt veehouders met schaalvergrotingsplannen nog geen strobreed in de weg. Toch timmert Megastallen-Néé, onder nieuwe leiding, nog steeds onvermoeibaar aan de weg. In gesprek met initiatiefnemer Sonja Borsboom en woordvoerder Gert van Dooren. “De strijd zit in een nieuwe fase."
 


“Volksgezondheid, natuur en dierenwelzijn zijn niet belangrijk genoeg. Bestuursbelangen en economische belangen gaan altijd voor.”, zo trapt Gert van Dooren het gesprek af. “In het buitengebied leven meer dan 1 miljoen burgers, naast ruim 10.000 landbouwbedrijven. Maar burgers worden amper beschermd.” Het is duidelijk dat hij op zijn plek zit bij Megastallen-Néé, want hij zet zijn grote zorgen over de intensieve veehouderij om in klare taal en concrete actie. Een half jaar geleden nam Gert het stokje over van Sonja Borsboom die in 2009, samen met andere organisaties, 33.000 handtekeningen wist op te halen met haar burgerinitiatief tegen megastallen.

Sonja schetste die beginjaren. “Ik kom uit de accountancy, waarin je toetst op vooraf vastgestelde kaders en voorwaarden. Ik viel van de ene verbazing in de andere toen ik begon met Megastallen-Néé. Besluitvorming rond de intensieve veehouderij is verre van afgewogen en transparant. Ze gooien alle belangen in een mandje, geven willekeuring (‘wie het slim speelt, wint’) gewichten aan die belangen en daar komt dan een beslissing uitgerold.” Sonja schrok zich dood. Er waren geen duidelijke regels, dus was er geen toetsing en transparantie mogelijk. De deelnemers toonden nauwelijks hun zorgplicht. De democratie was ver te zoeken.

Anders, maar hoe?
“Toen ik was genezen van mijn naïviteit, realiseerde ik me dat ik het proces kón beïnvloeden. Dankzij het succesvolle burgerinitiatief konden mijn mede-initiatiefnemers en ik om tafel bij gemeenteraden en deden mee aan bijeenkomsten over de landbouw in Brabant. Wij waren nog helemaal niet bezig met alternatieven voor de veehouderij. Destijds was ons initiatief baanbrekend en nieuw. Jeanne Stoks, ikzelf en onze bondgenoten gingen volop voor ons ideaal en wilden daar zoveel mogelijk mensen in mee krijgen. De toekomst was nog niet vast omlijnd. Nu zit het juist in de fase van de ideeën: we willen het anders, maar hoe?”

Die nieuwe fase herkent Gert van Dooren. Hij is voorstander van een eerlijke prijs voor echt duurzaam geproduceerd vlees, waarin de milieudruk is doorberekend en varkenshouders de mogelijkheid hebben om echt duurzaam te innoveren. “Dat kan alleen als je een goed alternatief aanbiedt om de hele keten, van zaadje tot karbonaadje, daadwerkelijk duurzaam te krijgen.” Zo bestudeert Gert nieuwe stalconcepten van de Universiteit van Wageningen, met meer ruimte voor dierenwelzijn en meer aandacht voor gezondheid en natuur.

Brabaham
Zowel Gert als Sonja benadrukken dat een nieuwe mindset nodig is bij consumenten, producenten én vooral bestuurders. Gert: “Teveel mensen zitten in het oude denkpatroon vast van bulkproductie. Dat heeft ook met export te maken: 70-80% van het Brabants vlees gaat de grens over. Nederland is het meest vee-dichte land van de Europese Unie. Maar er zitten grenzen aan de groei; we kunnen het in bulkproductie toch niet winnen van China, Brazilië en Oost-Europa. Nederland exporteert intensieve veehouderijconcepten naar China; nauwelijks gezegd en een grote schande. Daarom moeten we gaan voor kwaliteit. Waarom produceren we geen Brabaham, vergelijkbaar met Parmaham? Kwaliteitsvlees uit Brabant kan een nieuwe economische motor worden. Producenten van Brabaham sluiten de mineralenkringloop, zijn terughoudend met antibiotica, zijn energiezuinig en halen het veevoer uit de omgeving. Als deze ‘assets’ duidelijk zijn, zijn consumenten wellicht bereid om meer te betalen voor hun vlees.” Sonja ziet die kansen ook: “Ik ben positief over de initiatieven die ik ook landelijk zie ontstaan. Het verzet tegen de intensieve veehouderij zit niet meer in de obscure hoek. De groep kritische consumenten wordt steeds groter en breder.”

Verwachting is wel dat de gevestigde orde de belangen fel blijft beschermen. Sonja: “Het is een titanenstrijd. De ‘tegenpartij’ heeft een ambtenarenapparaat, een grote overlegclub of een dik betaalde lobbyorganisatie tot hun beschikking. Dat spel kun je als burgerorganisatie, met vrijwilligers, meestal niet aan. Je zit dan wel aan tafel om mee te polderen, maar intussen blijken de deals allang gemaakt te zijn en doe je aan het echte werk niet mee.

Lees meer na de tweets. 



Zwak of krachtig
Kwaad kan Sonja nog worden als de Provincie Noord-Brabant in beleidstaal spreekt van het ‘serieus nemen van weak signals bij ontwikkelingen in het buitengebied’. Met die zwakke signalen worden de natuurorganisaties en burgerbewegingen bedoeld. “Het gaat hier niet om iets kleins! We hebben het over serieuze waarschuwingen over volksgezondheid en milieuproblemen. Hooguit zijn die boodschappen ‘weakly organized’, als ons al iets te verwijten valt, maar de inhoud is stevig.” Het toont in haar ogen aan dat de provinciale overheid geen zorgplicht voelt richting burgers, die gezondheidsrisico’s lopen door de intensieve veehouderij. Het bedrijfsbelang wordt beschermd. Sonja voegt er fijntjes aan toe: “Zelfs als je het economisch bekijkt is het onverstandig wat de provincie nu doet. De werkende Brabantse burgers en een goede milieukwaliteit staan namelijk ook voor een enorm economisch kapitaal.”

Bereik vergroten
Ook Gert worstelt met de economische focus van de Provincie. Veel geld gaat nu naar mestvergisting, als onderdeel van de Brabantse biobased economy. “Mestvergisting is geen optie. Het concurreert met de voedselproductie, want er moeten plantaardige stoffen (zoals maïs) bij het vergistingsproces. Je kunt duurzame energie beter halen uit zon en wind.” Hoewel boeren die noodzaak niet zullen voelen, want die betalen het grootverbruikerstarief voor de elektriciteit in hun stallen. Gert rekent ons voor: een beetje varkensboer verbruikt jaarlijks 200.000 kWh aan energie en dan hoef je maar 5 cent te betalen. Ter vergelijking: kleine ondernemers en burgers betalen 22 cent per kWh. Zonnepanelen op staldaken bijvoorbeeld, zijn daardoor niet rendabel. De overheid moet fors bezuinigen, maar geeft tegelijkertijd nog miljoenen uit aan bedrijfsverplaatsingen, luchtwassers, reconstructieplannen, de stikstofaanpak. Daarmee worden vooral de belangen van de intensieve veehouderij bediend, niet die van de natuur.

Meer resultaat
Hoe kan de burgerbeweging tegen de intensieve veehouderij toch maximale slagkracht krijgen? Sonja en Gert zijn er beide voorstander van om het landelijk bereik te vergroten en de boodschap zo breed mogelijk te verkopen. “Kijk naar de succesvolle campagnes van Wakker Dier!” Daarnaast oppert Sonja een betaald lidmaatschap voor de burgerbeweging. “Je zou een soort ANWB of Consumentenbond voor burgers moeten oprichten, waarbij leden jaarlijks wat contributie betalen of per actie financieel hun steun uitbrengen. Dan kunnen activisten de tijd vrijmaken om vol mee te doen aan die bureaucratische molen van raadsvergaderingen, processen, stukken lezen en achterkamertjespolitiek.” Een goed georganiseerde burgerbeweging, zo benadrukken zowel Gert als Sonja, kan ervoor zorgen dat de belangenbehartiging van burgers tezamen doorgaat, ook al krijgen de individuele burgers het steeds drukker met werk- en zorgtaken. “Als je er niet op afgaat, dan ben je als burger overgeleverd aan het spel der krachten.”