Deze site gebruikt cookies. Deze gebruiken we voor bezoekersgedrag (Google Analytics) en voor sociale media. Deze cookies bevatten uitsluitend anonieme informatie. Accepteer je deze cookies?

Niet akkoord
Lokale duurzame energie investering waard
Terug

Lokale duurzame energie investering waard

Zelf duurzame energie opwekken lijkt een uitweg uit de financiële crisis en de klimaatcrisis, verbindt groene bewoners en bedrijven en maakt Brabant minder afhankelijk van buitenlandse leveranciers. Drie vliegen in één klap. Maar heeft Brabant wel genoeg mogelijkheden voor zulke lokale initiatieven?

Op donderdag 29 november organiseerde de werkgroep Groene Economie van GroenLinks Brabant een bijeenkomst. “De overheid moet de maatschappelijke vacature vervullen tussen klein project en groot duurzaam energiebedrijf.”



De avond werd geleid door Hagar Roijackers, voorzitter van de economiewerkgroep. “We willen een gesprek tussen onze lokale fracties, werkgroep, Statenleden en deskundigen over lokale duurzame energie. Daarmee hopen wij de lokale en regionale kracht van (GroenLinks) Brabant te versterken op het terrein van lokale duurzame energie.”

Doel van de avond was inventarisatie en uitwisseling van initiatieven in heel de provincie. Hoe kansrijk zijn deze initiatieven? Waar liggen mogelijkheden en waar liggen de belemmeringen?

Essentgeld moet naar energie
Statenlid Theo Bouwman trapt af. Hij debatteerde kort geleden in Provinciale Staten over de begroting 2013, waaronder de Fondsvoorstellen voor de tweede tranche Investeringsagenda (‘Essentgelden’). Komend halfjaar volgt de besluitvorming over in totaal 475 miljoen euro.

Voor deze discussie is het energiefonds van belang. Theo is kritisch (lees ook het artikel in deze Update over energietransitie). Van de eerste tranche Essentgelden die een energiebestemming hadden, 72 miljoen euro, is geen cent naar daadwerkelijke energietransitie of – besparing gegaan. Wel naar bijvoorbeeld de verhuizing van kennisinstituut ECN van Petten naar Eindhoven en de bouw van een Green Chemistry-campus in Bergen op Zoom (bij SABIC). Theo heeft in de Staten gewezen op het trage multipliereffect van de investeringen. “De energiedoelen die de provincie zichzelf heeft gesteld worden bij lange niet gehaald. Met een energiefonds van 60 tot 100 miljoen euro kom je er niet. De uitsluiting van wind- en waterkracht vind ik ook niet te verdedigen.” De deelnemers in de zaal zijn het daarmee eens: “Energiegeld van de Brabantse burgers hoort naar Brabantse duurzame energie te gaan!”



Lokale initiatieven onmisbaar
Daar ziet Arianne Vijge volop mogelijkheden voor. “Steeds meer mensen zijn ervan overtuigd dat we duurzaam moeten gaan produceren en consumeren.” Arianne werkt bij de BMF en bij Servicepunt Hier Opgewekt Brabant, waar zo’n 25 lokale energieprojecten uit onze regio in verschillende fasen van ontwikkeling en uitvoering zijn. Haar boodschap was duidelijk: lokale initiatieven zijn onmisbaar om onze duurzame energiedoelen te halen. “We zijn te afhankelijk van fossiele energiebronnen en grondstoffen, terwijl deze snel opraken. De landelijke overheid voert een zwalkend beleid, waardoor bedrijven niet durven te investeren in de vraag naar duurzame energie en energiebesparing. Onze energievoorziening is in handen van grotendeels buitenlandse partijen. Lokale duurzame energie is betaalbaar, levert op termijn zelfs geld op en heb je in eigen hand.”

Er zijn verschillende soorten initiatieven te onderscheiden in Brabant. Bewoners plaatsen samen zonnepanelen of woningcorporaties en bedrijven werken met bewoners samen aan woningisolatie. Sommige projecten zijn primair op leefbaarheid gericht, terwijl bij andere projecten financiële winst leidend is.

Bij lokale duurzame energieprojecten zijn vaak veel partijen betrokken: bewoners, milieuorganisaties, bedrijven, verenigingen, gemeenten, banken, particuliere investeerders, adviseurs en woningbouwcorporaties. Als lokale overheid moet je vervolgens zoeken naar de beste manier van samenwerken. Arianne. “Er zijn verschillende manieren waarop je het fout kunt doen als gemeente: de deur dichthouden of het project juist doodknuffelen of zelfs overnemen. Succesvolle duurzame energieprojecten komen van de grond als je de initiatiefnemers behandelt als partner in duurzaamheidsdoelstellingen.”

Onze daken, onze winst
Veel ideeën komen niet verder dan de tekentafel van een groep enthousiastelingen. Daarna wordt het simpelweg te ingewikkeld, te duur of te arbeidsintensief. Arianne heeft wel een oplossing voor de knelpunten. Hier Opgewekt, dat steun krijgt van de Nationale Postcode Loterij, is bezig een online en offline deskundigennetwerk op te zetten (koepel met LDE Brabant) om lokale kracht te bundelen en activeren. Ook kunnen burgers, bedrijven en gemeenten er terecht om een eigen lokaal duurzaam energiebedrijf te starten. Voor obstakels zoals saldering (‘ik betaal mee aan het paneel op jouw zonrijke dak, maar wil dat wel in mijn energierekening terugzien’) voert Hier Opgewekt een lobby.



Verenigde Tilburgse Emiraten
Derde spreker van de avond is niet de minste. Jan Schouw heeft binnen de duurzame energiewereld zowat alle rollen vervuld: als ondernemer, investeerder, adviseur en opdrachtgever. Hij is voorzitter van de Bredase Stichting BRES, die in bestaande woningbouw energiebesparing en duurzame energieopwekking wil realiseren. Ook is hij medeoprichter van de Middenbrabantse Ontwikkelingsmaatschappij voor Energie Duurzaamheid (MOED) en lid van een comité dat investeert in kleine kansrijke ondernemingen in duurzame energietechnologie.

Jan ziet lokale energie als een slingerbeweging. “In Brabant haalden we een eeuw geleden onze energie van lokale maatschappijen. Deze groeiden snel en gingen privatiseren. Nu zijn we weer terug bij de wens voor een lokale coöperatie. Vaak roep ik aan het begin van een bijeenkomst met bewoners: we gaan de Verenigde Emiraten van – bijvoorbeeld - Tilburg oprichten. We houden onze daken, onze ruimte, onze grond in de gemeenschap als productiemiddelen voor duurzame energie.”

Maatschappelijke vacature
Jan ziet duurzame energie al lang niet meer als linkse hobby; ook rechtse partijen geloven in ‘eigen energie eerst’. Technisch en economisch zijn er weinig belemmeringen. Het probleem is vooral organisatorisch. Plus het voorfinancieren van apparatuur, zoals warmtepompen. “Een garantstelling of energiefonds, zoals dat van de provincie, zou kunnen werken als een hefboom. Dus als voorfinanciering voordat een bank, een pensioenfonds of andere grote investeerder instapt. Het tussensegment tussen klein project en groot duurzaam energiebedrijf noem ik de ‘maatschappelijke vacature’. Overheden zouden daarin moeten stappen.” Voor dit soort investeringen wijst Jan ook op de Bank Nederlandse Gemeenten. Zij zouden voor lokale duurzame energiemaatschappijen een revolverend fonds kunnen oprichten.



Bossche kracht
GroenLinks-wethouder Ruud Schouten uit Den Bosch geeft aan dat hij manieren zoekt om de ambitieuze duurzame energiedoelen van de stad te gaan halen. “Daarbij vind ik het geen goed idee om zonnepanelen op daken te betalen. Liever bundel en faciliteer ik de lokale kracht, de goede ideeën vanuit de samenleving.” Als voorbeeld noemt hij bouwbedrijf Heijmans, dat een energiebedrijf wil bouwen op eigen terrein, waaronder windmolens. Deskundigen, bedrijven en bewoners wil Ruud samenbrengen ( ‘in Energie 073’). Daarna pas heeft een gemeentelijk Klimaatfonds zin. Ruud geeft aan te leren van de avond. Zo vindt hij dat de gemeente Tilburg goed bezig is met de Tilburgse Energiegarantie, waarbij eigenaren van koopwoningen subsidie krijgen om – mits ze het als huizenblok doen - hun huis energiezuinig te verbouwen.  

Betrouwbare overheid nodig
De discussie komt op gang. Naast Ruud Schouten en raadslid Anske Heerkens is uit Den Bosch ook econoom Frank Rijnders aanwezig. Tot voor kort was hij in Sittard actief in een groene werkgroep. Enige tijd terug hadden ze 200 burgers bijeen gebracht die interesse hadden om deel te nemen aan lokale duurzame energieopwekking. Dit project had direct de aandacht van meerdere energie-aanbieders.

Het lijkt er dus op dat energiebedrijven graag willen meedoen en dat overheden eerder in de weg lopen. Dit wordt ook onderschreven door GroenLinkser Cees van de Ven uit Loon op Zand, die met zijn lange bestuurlijke ervaring al vaak zag dat inconsistent overheidsbeleid meer kwaad dan goed doet in dit soort transities. “De overheid moet zich een betrouwbare partner tonen, waar ondernemers en consumenten van op aan kunnen.” Theo Bouwman benadrukte dat het beleid van de provincie Noord-Brabant onvoldoende gericht is op de gestelde klimaatdoelen. De transitie naar duurzame energie heeft nodig dat er grote politieke keuzes gemaakt worden. De werkgroep Economie zou graag zien dat de GroenLinks-fracties in de grote steden en de Statenfractie streven naar eenzelfde hoge klimaatdoelstelling en daarbij horende duurzame energieambities.

Tot slot gaven de aanwezige raadsleden - uit Oosterhout, Bladel, Etten-Leur, Loon op Zand en Den Bosch - aan veel nieuwe inzichten te hebben opgedaan. Zoals een deelnemer zei: “het is interessant en inspirerend om te horen hoe je duurzame lokale energie-initiatieven kunt organiseren. Daarmee kan ik aan de slag in mijn eigen gemeente!”

Lid worden van de werkgroep Groene Economie? Stuur een mail naar groenlinks@brabant.nl