Deze site gebruikt cookies. Deze gebruiken we voor bezoekersgedrag (Google Analytics) en voor sociale media. Deze cookies bevatten uitsluitend anonieme informatie. Accepteer je deze cookies?

Niet akkoord
Werken aan de nieuwe jeugdzorg
Terug

Werken aan de nieuwe jeugdzorg

2014 is het jaar van de inrichting van de nieuwe jeugdzorg. Gemeenten en de organisaties die betrokken zijn bij de jeugdzorg, werken samen aan een adequater stelsel. Hoe kijken het veld en de gemeenteraden tegen de transitie aan? En welke hobbels zijn er nog te nemen? Lian Smits (Kompaan en de Bocht) en Klaartje Koenraad (gemeenteraadslid in Roosendaal) vertellen hoe het er in hun regio voor staat.

Op 1 januari 2015 is het zover: dan treedt het nieuwe jeugdstelsel in werking en komt de jeugdzorg onder verantwoordelijkheid van de gemeenten te vallen. De zorg komt daardoor weer dichter bij de mensen te staan. Tegelijkertijd wordt er een groter beroep gedaan op de eigen kracht van kinderen, jongeren en opvoeders.

Maatwerk
Momenteel wordt er aan alle kanten hard gewerkt om de transitie in goede banen te leiden. Gemeenten, hulpverlenende instanties, scholen: deze en vele andere partijen krijgen na 1 januari te maken met een sterk veranderende rol. Een van die betrokken partijen is het in Goirle gevestigde Kompaan en de Bocht, een van de grotere regionale aanbieders van gespecialiseerde zorg aan kinderen, vrouwen en gezinnen. Directeur Lian Smits benadrukt dat de transitie in haar ogen niet alleen maar een ‘verplaatsing van geld’ is. “In de basis biedt deze overgang vooral ook kansen om de jeugdzorg effectiever en efficiënter te organiseren. Nu krijgen jongeren vaak pas gespecialiseerde hulp als het eigenlijk al te laat is, als de situatie al is geëscaleerd. Op dit moment is er nog  een indicatie van bureau Jeugdzorg nodig. Dat kan een hindernis zijn, als het nodig is om snel meer te doen.”

Scholen
Smits gelooft in een meer integrale aanpak, waarbij partijen al in een eerder stadium samenwerken om escalatie te voorkomen. “Wat je kúnt weten, moet je goed gebruiken. Vanuit onze ervaring weten wij in welke wijken en buurten problemen op de loer liggen. Ook de gemeenten beschikken over waardevolle informatie: zij weten bijvoorbeeld waar eenoudergezinnen – een risicogroep bij uitstek – zich bevinden. Maar vooral voor het onderwijs zien wij een veel prominentere rol weggelegd. Scholen hebben kinderen immers veertig weken per jaar, vijf dagen per week in beeld. In die zin hebben ze een enorm belangrijke signaalfunctie. Door alle informatie al in een vroeg stadium te combineren, kun je veel leed voorkomen. Wij komen in ons werk soms veertienjarigen tegen waarvan we denken: ‘Hadden we ze maar zeven jaar eerder in beeld gehad’.”

Werkbare oplossing
Op de Tilburgse Jan Ligthartschool experimenteren diverse partijen momenteel met deze gerichte aanpak in het voortraject. “Het onderwijsteam is daar uitgebreid met onder meer een gespecialiseerde gezinshulpverlener”, schetst Smits. “Het team bespreekt periodiek potentiële probleemgevallen, zodat er al in een vroegtijdig stadium gericht kan worden ingegrepen. Dat klinkt zwaarder dan het doorgaans is: vaak is het al genoeg om ouders wat meer bij de hand te nemen bij de opvoeding.” De reacties op deze aanpak zijn volgens Smits zonder uitzondering erg positief: het blijkt mogelijk om snel tot een werkbare oplossing te komen. “Tegelijkertijd zie je dat de partijen nog steeds heel erg vanuit hun eigen hokje denken. Ook de gemeenten zijn niet altijd happig op dit soort specialistische zorg ‘aan de voorkant’; ze denken al snel dat ze duurder uit zijn en hameren vooral op de eigen kracht van mensen. Terwijl het uiteindelijk een stuk efficiënter is om zaken al in een vroegtijdig stadium aan te pakken. Specialistische hulp hoort daarbij, je lost immers niet alles op met een goed gesprek aan de keukentafel. Bovendien: veel onderwijsteams kunnen naar verwachting toe met een gespecialiseerde inbreng van pakweg acht uur per maand. Qua kosten is dat zeker te overzien.”

Communicatie op orde
Ook in West-Brabant wordt door alle partijen hard gewerkt om de transitie in goede banen te leiden. Negen gemeenten verenigden zich in Jeugdbos, een transitieteam dat de hervorming van de jeugdzorg begeleidt. De kaderstelling vanuit de betrokken gemeenten is helder, constateert Klaartje Koenraad, fractievoorzitter van GroenLinks Roosendaal. “De communicatie rond de hele hervorming richting gemeenteraden was goed op orde. Onder het motto ‘één gezin, één plan’ werd een duidelijk verhaal verteld over hoe de transitie zijn beslag moet krijgen.”

Joop en José
Binnen het Jeugdbos wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen de vrijwillige, vrij toegankelijke zorg en de niet-toegankelijke, gedwongen jeugdzorg. In de communicatie werden die twee grootheden heel beeldend voorgesteld, schetst Koenraad: “Als respectievelijk Joop – de Jeugd Opvoed en Opgroei Professional – en José, de Jeugd Opvoeden in Safety Expert. Joop regelt alles tot aan de specialistische zorg, José komt in beeld als dwang noodzakelijk is. Joop kan zelf indicaties stellen en doorverwijzen naar de specialistische zorg, net als de huisarts, de jeugdarts en de medisch specialist.” De gemeenteraden werden mede dankzij deze beeldende aanpak goed betrokken bij de transitie, constateert Koenraad. “Dat is absoluut een pluspunt. Ik werk zelf in de zorg en ben dus enigszins ingevoerd, maar ook collega-raadsleden met een andere achtergrond bleken hier goed mee uit de voeten te kunnen. Ook werden er expertsessies georganiseerd, waarin deskundigen uit het veld hun visie gaven en vragen beantwoordden. Al met al zijn de gemeenten er volgens mij goed in geslaagd om ons mee te nemen in hun verhaal, en dat is absoluut een winstpunt in zo’n complex dossier.”

Politiek niet interessant
Koenraad constateert dat de aanstaande hervorming van de AWBZ en de Wmo veel stroever verloopt, ook landelijk. Waaraan ligt dat volgens haar? “Misschien heeft het te maken met de aard van de jeugdzorg: die is voor de politiek niet zo interessant. De cliënten laten zich minder goed horen, de jeugd is minder goed in staat om een vuist te maken.” Wellicht is ook de centrale gedachte achter de hervorming oorzaak van het gebrek aan reuring, denkt ze. “Door deze transitie komt de jeugdzorg dichter op de gezinnen te staan. Daardoor wordt het denk ik een stuk gemakkelijker om probleemgevallen snel te signaleren. De samenwerking tussen onderwijs en jeugdzorg wordt een stuk intensiever, en dat is denk ik een goede zaak. ‘Joop’ kan straks bovendien zelf indicaties stellen. Dat komt de snelheid van handelen absoluut ten goede.” Natuurlijk is het nog even afwachten hoe de uitvoering daadwerkelijk zijn beslag krijgt in de praktijk, beaamt Koenraad. “Maar al met al zie ik het met vertrouwen tegemoet.”

Politieke druk
Dat geldt ook voor Lian Smits. In de regio Hart van Brabant is er volgens haar sprake van een toenemend animo onder gemeenten om het voortraject ‘stevig’ in te richten. “Wat ons wel nog zorgen baart, is de omvang van de bezuinigingen die met de transitie gepaard gaan. Daar is nog steeds weinig duidelijkheid over. Terwijl de herinrichting voor een organisatie als Kompaan en de Bocht ongetwijfeld personele consequenties heeft. Zolang de nieuwe budgetten niet bekend zijn, kunnen wij formeel echter niets doen. En dat is lastig.” Smits besluit dan ook met een oproep aan de provincie. “Oefen politieke druk uit op de gemeentes om nu zo snel mogelijk duidelijkheid te verschaffen. Zodat alle betrokken partijen op 1 januari klaar zijn voor de nieuwe situatie.”


foto Klaartje Koenraad: Roel de Haan